Dertien dagen de zon achterna

We hebben het gehaald! We zijn de Atlantische oceaan overgestoken. Maar hoe was het? Wat was nou het heftigst? Het saaiste? Het mooiste? Het ontroerendste? Het engste? Wat was de grootste uitdaging? Vinden we elkaar nog leuk? Willen we eigenlijk nog wel verder?

Spoiler alert: al deze vragen worden niet beantwoord. 13 dagen op de Atlantisch oceaan laat zich namelijk maar moeilijk vatten in het beantwoorden van zulke vragen en zeker niet in een smeuïg, kort blogje. Het wordt dus even uitzitten voor jullie, even doorbijten om ons dagboek van maarliefst 5000 woorden te lezen. Zet ‘m op! Jullie kunnen het!

Eerste etmaal – dinsdag 19 februari 2019 – 16°03.6’N 27°08.2’W – 130 mijl
– Laurens

En we zijn onderweg! Op maandag 18 februari om 17:00 UTC (16:00 lokaal) vertrekken we uit Mindelo, met 1870 nautische mijlen te gaan. Goed, onderweg, dat waren we al natuurlijk, maar toch. De eerste Grote Oversteek!

Of was dat eigenlijk de oversteek naar Engeland? Over de golf van Biskaje? Van Portugal naar Marokko? De Canarische Eilanden naar Kaapverdië dan? Nee. Omdat we deze nu aan het doen zijn, is dit onze Grote Oversteek. We hebben zelfs goedgevulde fruitnetjes en heel systematisch boodschappen gedaan enzo.

De dag van vertrek vliegt voorbij. Nog even dit poetsen, dat opruimen, zus wegleggen.

Bijna twee maanden hebben we niet meer samen gezeild, of aangelegd. We lopen alle manoeuvres rustig door voor we ze uitvoeren. Op wat geklungel bij het wegvaren van de brandstofsteiger na, gaat alles goed.

De boot vraagt direct veel aandacht. Reven, hoe ging dat ook al weer? Hmmm, de eerste keer de fok uitbomen met de spinnakerboom. Shit, de rolfok wil niet uitrollen. Zit vast door het stof in Mindelo. Doorduwen dan maar. Zo, die is los. Fok toch maar weer een beetje inrollen, want het waait wel erg hard. Nondeju! De reeflijn komt los van de trommel van de rolfok. Als we dat niet gerepareerd krijgen, kunnen we de fok helemaal niet meer inrollen. Terug naar Mindelo is geen optie, daarvoor waait het echt te hard in het kanaal tussen Sao Antao en Sao Vicente, zeker als de fok niet kan worden ingerold. Doorvaren dus maar. Nog maar 1867 nautische mijlen te gaan…

Dankbaar voor alle achtergelaten gebruiksaanwijzigingen van de vorige eigenaar, lijkt het probleem makkelijk te tackelen. Na een ongemakkelijk uurtje prullen op mijn buik op het voordek, met mijn hoofd onder de reling door -in het donker, dus met hoofdlampje op, en het gereedschap met een touwtje aan mijn pols, zwemvest en lifeline zitten ook niet echt lekker- is alles weer zo goed als nieuw.

Nu de rust is wedergekeerd, kan ik de windvaanstuurinrichting gaan instellen. Ik kijk uit naar de rust van het sturen op de wind. Snotverrrr… Hij doet het niet! Ik heb het ding twee keer uit elkaar gehaald in Mindelo om alles schoon te maken, en hij loopt nog steeds niet. Wat is dit nu weer? Volgens de producent zouden alle problemen nu toch echt opgelost moeten zijn. Maar nee hoor, het ding weigert structureel dienst. Langzaam daalt het besef in. Dit betekent het hele eind met Harry de Autohelm sturen. Harry is een held, maar wel een wat luidruchtig en dorstig bemanningslid. Hij bromt iedere keer als hij ons bijstuurt, en onze zonnepanelen kunnen zijn energieconsumptie niet bijbenen. Dat betekent dat we iedere dag de motor een paar uur moeten laten draaien om de accu’s op te laden. Lawaai, dieselstank, getver. Die motor moest helemaal hartstikke uit blijven tot we in Suriname zijn! Nog maar 1860 nautische mijlen te gaan…

Het ding met oceaanzeilen is dat je het allemaal zelf moet doen. Je hebt alleen je verstand, en dat wat je aan boord hebt liggen, tot je beschikking. Geen hulplijnen. Wij zijn -vinden we- goed voorbereid, en dat geeft me rust. Maar toch, als er dan iets mis gaat, word je wel even met je neus op de feiten gedrukt. Je kunt niet alle problemen voorkomen, je zult ze toch echt soms ook moeten oplossen.

De eerste dag is ook weer acclimatiseren aan het leven op een zeilende boot; alles beweegt, je valt steeds om, de zeilen klapperen, de inhoud van de kastjes maakt herrie bij elke grote golf waar de boot vanaf wordt gezet. Het melkmeisje zeilen met de spiboom voelt nog wat onnatuurlijk, omdat de fok soms bak trekt en dan weer met een harde klap terugkomt. Hopelijk krijgen we de wind wat meer achterop als we westelijker komen. Dan, te weinig wind. Klapperende zeilen. Elke klap voel je tot in je tenen. Alsof je zelf die klap krijgt, en niet je zeilen. Zo wordt een oversteek een slijtageslag. Dus de motor maar aan. Gek genoeg maakt het gebrom van de motor de rest van de boot stiller. Dat valt weer mee dan.

Kitty heeft hoofdpijn. Dat gebeurt ons beiden vaker in de eerste dagen van een oversteek. Dat horen we ook van andere zeilers. Deze eerste dag draait voor mij vooral om comfort vinden. Dus: lekker pannenkoeken bakken als ontbijt. Een heerlijke AGV als uitgebreide lunch. Koffie met een koekje, thee met wat zoets. Boekje lezen, dutje doen, zonnen.

Tweede etmaal – woensdag 20 februari 2019 – 15°12.5’N 28°56.7’W – 120 mijl
– Kitty

Het tweede etmaal zit er op. M’n hoofd snapt het schrijven over etmalen nog niet helemaal, dus ik moet goed nadenken hoe het was. We eten tosti’s als diner, omdat ik vet goede tosti-Hawaï bak. In het donker nog even het laatste afwasje en dan het wachtdraaien in. Er is weinig wind, dus tijdens mijn wacht klappert het zeil er vrolijk op los. Wanneer we zachter gaan dan 2,5 knoop moet ik me inhouden om niet de motor bij te zetten. Aan de andere kant: motor bij betekent fok inrollen en daar heb ik ook niet zo’n zin in. Even prutsen met de trim dus en zowaar: 3 knoopjes! Hoera voor het trekken aan touwtjes :).

Na vier uur haal ik Laurens uit zijn coma en kruip ik in het warme bed. Wanneer Laurens mij vervolgens vier uur later wakker maakt, wil ik echt nog niet. Rustig aan! Laurens zet koffie, smeert een pannenkoek en zet een muziekje op. Fijn om zo wakker te mogen worden. En dan. Gaan we de gennaker optuigen. En dan. Zijn er blokken slecht / zitten op de verkeerde plek / ontbreken er harpjes. Huh? Wie? Wat? Hoe? Is dit een slechte grap van een mede-zeiler ofzo? Gelukkig kunnen we met onze voorraad harpjes en touwtjes (voor ge weet ooit nooit nie) de boel weer netjes werkend maken, zonder kans op doorslijten.

Met de gennaker persen we er weer 4,5 knoop uit en dat is gezien de afwezigheid van een lekker passaatwindje best knap voor een stelletje amateurs.

’s Middags maak ik een tomaten-aubergine-haloumi-munt-couscous (exotisch :)) waar we zo vol van zitten dat we de rest van de middag uitbuiken.

Het is bewolkt trouwens en ik zie geen walvissen. Jammer de bammer.

Derde etmaal – donderdag 21 februari 2019 – 14°46.5’N 31°21.0’W – 140 mijl
– Laurens

Overdag eten we meestal warm, en dan ’s avonds een lichte maaltijd. Avondlunch dus. Deze keer is een zak Tom Kha Kai van de Jumbo aan de beurt. Oh gottegottegot. Hoe konden we zo naïef zijn? Natuurlijk is het helemaal geen Tom Kha Kai, maar vieze, zoute paprikasoep met kokos-tjoep er in. Dat gaat dus overboord. Dan maar onze vertrouwde Heinz tomatensoep en wat toast met kaas. Jummie!

Na het eten wassen we af met zout water, spoelen na met zoet. Om kwart voor negen gaat Kitty slapen en begint mijn wacht. Ik kijk wat Netflix en doe af en toe een tukje. Iets na middernacht wek ik Kitty voor de wisseling van de wacht.

Sinds vanmiddag varen we alleen op de gennaker. De meeste mensen varen daar niet ’s nachts mee (te ingewikkeld, te eng?), maar wij hebben daar niet zo’n probleem mee. Het alternatief, het geklapper van de normale zeilen, is ook geen pretje. Al met al waait het minder dan ik had verwacht, maar het zeilen onder gennaker is heel erg comfortabel. De boot ligt stabiel schuin, en maakt goede gang. Met uitgeboomd voorzeil (de klassieke passaat-zeilvoering) is het een stuk rolleriger, wat oncomfortabel is.

Wel zouden met ‘normale’ passaatwind ruim een knoop sneller kunnen lopen. En dat scheelt op zo’n lange reis zo maar twee dagen op zee. Maar, niet zeuren, voorlopig halen we het vooraf gedachte gemiddelde. Lang leve de gennaker! Gezien de weerberichten staat ‘ie er nog wel een paar dagen op.

Mijn tweede wacht is rustig, tot ik aan de horizon achter ons een heel donker gebied zie. Zou dat zo’n beruchte squall zijn? De radar maar eens aan. Ja, er zit regen in. Dan zit er ook wind in. Min of meer ademloos kijk ik afwisselend naar de hemel en de radar. Kitty wekken of afwachten? Volgens de radar blijft het hele spul op een mijl of zes afstand. En daar merk je aan boord gelukkig maar weinig van.

De zon komt op als ik Kitty wek om zeven uur. Vannacht zijn we de eerste van twee tijdzones gepasseerd. Nu is het UTC min twee in plaats van UTC min één. Voorlopig houden we de klok zoals ‘ie is. Dit hele zeilen is al verwarrend genoeg. Wat ik wel doe: op de zeekaart, waarop ik dagelijks onze positie bijhoud, gum ik Kaapverdië-tijd weg en vervang die door UTC; de standaardtijd op zee. UTC aanhouden is wel zo handig, anders krijgen we onderweg twee dagen van vijfentwintig uur en twee dagen van drieëntwintig uur.

’s Ochtends eten we het laatste beetje verse ananas op en doen we weer een rondje schavielplekjes. En ja hoor: de tackline van de gennaker schuurt tegen het anker. Dat kan natuurlijk niet, mensen! Dus hop, de tuinslang uit de schuur en beschermen die hap. Zo aanrommelend, wordt het lunchtijd. De zon heeft zich inmiddels ook laten zien. Het was nogal bewolkt. Kitty fietst een heerlijk frisse salade met avocado, tomaat en spek in elkaar. Lekker!

Al zonnend, lezend en ontspannend, glijdt de middag voorbij. Lekker zo! Natuurlijk weer even douchen met bakken vol zeewater en afspoelen met zoet water uit de plantenspuit. Met één liter zoet water kun je zo heerlijk badderen.

Terwijl ik de afwas doe, maakt Kitty een heerlijke pasta met spek, uien en courgette. Ik vind dat wij erg lekker eten aan boord van de Tiago. Andere zeilers zijn in de weer met kool en doen zonder koelkast. Wij reizen niet luxe, maar de koelkast vinden we best wel essentieel.

Om te vieren dat we een tijdzone zijn gepasseerd -en daar overigens niets mee doen- eten we een Twix. Kitty de rechter, ik de linker.

Vierde etmaal – vrijdag 22 februari 2019 – 14°08.0’N 33°15.6’W – 125 mijl
– Kitty

Te lang gewacht met schrijven. Ik weet nu, een halve dag na het eindigen van het vierde etmaal, oprecht niet meer wat er gebeurd is. Of toch? Ik herinner me brood bakken. En de druk die ik daarvoor voelde, omdat ik niet om zeven uur, maar om half negen werd gewekt. Dat betekent anderhalf uur vertraging op een proces van drie uur (deeg maken, kneden, rijzen, kneden, rijzen, bakken). Dat betekent of late lunch (en een hangry Laurens in wording) of niet eerst even een uurtje rustig wakker worden, genietend van de ochtendrust. Ik stuur Laurens in ieder geval nog even naar bed en ga een half uurtje zitten met een bakje yoghurt. Dan begin ik. Meel, gist, zout, suiker en boter afwegen op een bewegende boot valt niet mee. 4,3 gram gist; natuurlijk! De weegschaal geeft een range van -124 tot +260 gram aan, afhankelijk van of de beslagkom die ik gebruik, 2 mm meer naar links of rechts op de weegschaal staat. Mijn gevoel volgen dan maar. Voor het meel hebben we gelukkig weer een maatbeker met niet alleen maten voor water in liters, maar ook voor meel in gram. Top! Het brood is super lekker. Dat was het wachten waard. Vind Laurens ook. ’s Middags vervang ik de haakjes – die super mooi zijn maar ook hard en spits – die op het toilet op een zodanige hoogte hangen dat ze in potentie je hoofd kunnen spiesen, door twee plastic lange-mensen-vriendelijke exemplaren. Weer iets van de kleine klusjeslijst van dingen die nooit op de echte klussenlijst komen te staan, maar die wel in je hoofd blijven oppoppen en waar je je dagen ongemerkt mee kan vullen. Want ook hier geldt: bewegende boot = duurt lang.

Oeoeoeoeh, levende-wezens-score-index tot nu toe: twee vogels, één kwal, vliegende vissen (duizend ongeveer) en één dolfijn.

Vijfde etmaal – zaterdag 23 februari 2019 – 13°30.0’N 35°48.9’W – 160 mijl
– Laurens

Het begint een beetje huiselijk te worden op de boot. We eten couscous (lekker) terwijl we een serie kijken op de laptop. Ondertussen draaien we stroom op de motor. Na een thee met wat zoets, begint de wacht. De afwas laten we voor wat het is. Het is tenslotte vrijdag! (dat moest ik even opzoeken; het is elke dag zeildag). In de nacht komen we maar liefst twee vrachtschepen tegen. De eerste moet uitwijken, de tweede passeert op twee mijl. Hoe?! Dan?! Midden op de fucking Atlantische oceaan. Dagen zie je niets, en in een paar uur tijd moet je twee boten oproepen om te checken of het allemaal wel goed gaat. Echt, ik kan niet uitleggen hoe gek dat voelt; twee boten passeren in dat onmetelijke blauw op het zelfde moment dezelfde kruising. Doen ze het er om ofzo?

Er is vandaag wat meer wind, en een stuk meer golfslag dan voorgaande dagen. We hadden het echt fijn, op zo’n gladde zee. Nu komt de deining uit het noorden, en de windgolven iets meer uit het oosten.

In de ochtend wil ik graag de tackline van de gennaker bevestigen. Die schuurt langs de preekstoel, wat af en toe een naar geluid oplevert (had ik het de eerste keer maar goed moeten doen). Net voor ik dat doe voel en hoor ik een klap. Het blok van de tackline blijkt ontploft. Ik ben erg blij met mijn eerdere besluit om een borglijn aan de gennaker te zetten. Nu staat de gennaker in ieder geval nog. Wel weer een halve ochtend werk aan, maar dan staat het ook weer netjes.

Om de een of andere reden mopperen Kitty en ik wat op elkaar vandaag. Gauw weer vriendjes worden!

We eten een lekker lunch met brood wat Kitty gisteren heeft gebakken, een avocado en een tomaat die op moeten, en een beetje gebakken pancetta. Lekker! Grappig genoeg hebben we bijna geen enkele keer iets gegeten wat we vooraf op een monster-excel (kookboek, voorraad- en boodschappenlijst in één) hadden genoteerd. Ben benieuwd of we daar aan het eind van onze oversteek nog iets van gaan vinden. Als het werkt, scheelt het enorm veel gehannes met boodschappen in ieder geval.

De mega-afwas staart me aan. Dan wil ik ook nog douchen en lekker eten maken vandaag. We hebben het er maar weer druk mee.

Zesde etmaal – zondag 24 februari 2019 – 12°39.8’N 38°18.5’W – 160 mijl
– Kitty

’s avonds in bed brul ik om papa, het geluid verstomd door het brommen van de motor. ’s ochtends ontvangen we een bericht van mijn broer dat de garage van papa vannacht volledig is afgebrand. Ik ben boos en verdrietig en heb veel vragen. Hoe dan? Het is bizar. Er is niks meer. Ik ben zo blij dat ik, voor we teruggingen naar de boot, al zijn spulletjes nog heb doorgesnuffeld. Ik wilde het gevoel hebben dat ik niks zou missen als er niets meer zou zijn als we terug komen in Nederland, als “bij wijze van de hele boel af zou fikken”. En nu is dat ook echt gebeurd. Bizar. En ik mis inderdaad niet echt spullen (behalve het kerststalletje waar ik te laat aan dacht), maar toch is het gemis van papa nu nog een stukje groter. Zijn laatste plekje is niet meer wat het was. Het is raar om dit te weten terwijl we in the middle of nowhere zijn. Maar wel fijn dat mijn broer me heeft ingelicht. Dat heeft hij goed ingeschat. Laurens en ik hebben er vandaag al veel over gekletst, en ook over papa, en dat is echt heel fijn. De ruimte om te kletsen over wat ik voel is hier nu. Het is zo rustig en rustgevend op de boot, dat ik andere dingen kan en wil. Ik wil of hoef niet meer afgeleid te worden van gedachten. Ik wil nog minder prikkels dan anders: geen beeldscherm (is te druk. Het is fijn op het moment, maar ik slaap daarna super slecht); geen muziek over de normale boxen (het geluid van het muziek verstoort het geluid van de wind en golven en vice versa); wel lezen, wel muziek met oordopjes, wel kletsen. Mijn gedachten storen me niet (als in hinderen), maar ze zijn er gewoon. En ze gaan ook weer. Net als de golven. Heel boeddhistisch, zen, mindfull allemaal.

Zevende etmaal – maandag 25 februari 2019 – 11°27.1’N 40°51.8’W – 170 mijl
– Laurens

We hebben de passaatwind nu echt opgepikt: 20-25 knopen wind, met uitschieters naar dik 30 knopen. Te veel voor de gennaker, dus die er af, en de genua weer uitbomen. Het kalm op één oor liggen en zes knopen lopen is nu voorbij. We rollen en maken af en toe flinke schuivers. We gaan hard: negen knopen is geen uitzondering als we van een golf af surfen. Meestal varen we rond de zeven knopen. Het is onrustiger door het rollen en het ruisen (van het water langs de romp). Hoewel ik het vet vind om zo hard te gaan, vaar ik liever wat langzamer met 15 knopen wind op de gennaker. Veel relaxter. We hebben allebei een beetje last van slaapgebrek. Soms lopen er golven van een meter of vier achterop. Gisterochtend hadden we deining van een meter of vijf, zes, maar dan wel op vijftig meter uit elkaar. Geen korte, hoge windgolven zoals nu. Blij met de keuze voor deze boot! We zitten hoog en droog, redelijk stabiel, en het interieur kraakt niet al te veel.

Kitty zit nu lekker te badderen achterop. Met de puts het teiltje vol zout water, maatbeker om het water over je heen te gieten, en gaan. Daarna afspuiten met de plantenspuit met zoet water, afdrogen en lekker in de zon uitwaaien. Kleine dingen worden na zo lang op zee heel bijzonder: vers gebakken brood, frisse yoghurt of een knapperige augurk (allemaal zelfgemaakt overigens). Die paar keer per dag lekker eten zijn zo belangrijk! Ook het dagelijks om 17:00 UTC opnemen  van onze positie en het kruisje op de kaart zetten om vervolgens de dagafstand te bepalen is, zeker nu we steeds sneller gaan, voor mij een feestelijk moment. Als alles lekker gaat, heb je ruimte in je kop. Als het onstuimig is, ben je wat meer onrustig, maar ook alleen maar bezig met wat er op de boot gebeurt.

De golfslag verandert continu. Dan weer relaxed, dan weer ontstaan er gekke kruiszeeën midden op de oceaan. Alles in de boot schuift dan heen en weer, en elk klusje duurt drie keer zo lang. Tijdens het koken word ik er zelfs een beetje wiebelig van. Kitty roept heel vaak dingen als ‘Holy kneiters’ als er weer een grote golf achterop loopt. De Tiago laat het lekker onder zich door lopen. Een enkele keer maken we een schuiver, maar dan is Harry de Autohelm er om ons weer op de juiste koers te krijgen.

We zijn vandaag voorbij het halfwegpunt. In mijlen dan hé. Het point of no return hadden we na een dag of vier al wel bereikt. En het halfwegpunt in dagen hadden we waarschijnlijk op dag zes al achter de rug. Nog zes te gaan, als het zo doorgaat natuurlijk. Vanavond flied lice! Jummie!

Achtste etmaal – dinsdag 26 februari 2019 – 10°35.4’N 43°35.6’W – 170 mijl
– Kitty

’s Avonds zijn de golven zo hoog en steil, dat ik tijdens het eten besluit dat de kajuitingang nu echt dicht moet. Wát nou, relaxte oceaandeining en relaxte passaatwind?! Het ontspannen gevoel is ver te zoeken. Zo vind ik het niet zo leuk! En zeker niet nog een week. Ik word onrustig van de onrustige zee. Op tijd aan de wacht beginnen dan maar (ik slaap de eerste wacht). Het slapen gaat kut: alles bonkt, slaat, piept, rolt, steigert, klaagt en jammert. Slingerplank er in om in bed te blijven liggen. Extra kussens, handdoeken en washandjes tussen de losliggende shit in de kastjes. Klotsende watertanks; oordopjes?

Een wilde beweging, ik schrik. ‘Laurens?’, ‘Laurens!?’, ‘LAURENS!?!’. ‘Jaaaa?’. Pfiew, hij is er nog. ‘Gaat alles goed?’. ‘Ja, eh, nee. We hadden een gijp. Dus ergens gaat het niet goed’. Corrigeren, meer wilde bewegingen, meer corrigeren, vloeken dat Laurens niks kan zien, een drukkende sfeer. Bleeeeh! Ik vind niet leuk! Dan gaat ook Harry de Autohelm niet meer aan. Kut! En nu? Als ik aangekleed buiten kom, in de bange veronderstelling dat we de komende nacht op de hand moeten sturen – en misschien wel de komende dagen (aaaaaah!) – zegt Laurens gelukkig dat Harry het weer doet. Poging twee om te slapen…

Tijdens mijn wacht is het eerste uur nog onstuimig, maar daarna verlopen de wachten wat rustiger en gedraagt Tiago zich weer als een boot in plaats van als een vluchtend hertje. Overdag is het rustig en zijn wij, nog een beetje gaar van de nacht, tam boekjes aan het lezen en chips en tosti’s aan het eten. We blijven trouwens maar vogels zien. Dat had ik echt niet verwacht, zo ver op zee. Zo mooi! Ik  begroet ze elke ochtendwacht.

Negende etmaal – woensdag 27 februari 2019 – 9°44.3’N 46°17.5’W – 165 mijl
– Laurens

Het is onstuimig. De boot rolt en daardoor wordt slapen steeds lastiger. Handelingen als koken en eten worden er ook niet makkelijker op. Dat maakt ons beiden prikkelig of bleeeeh! Als het goed is, nog drie hele etmalen op zee en dan de aankomstdag. Ook al is het hier prachtig, en gelden alleen onze eigen regels, ik heb wel weer zin in wat beschaving en drukte.

Voorbeelden van ‘niet makkelijker’:

  1. Volkorenbrood bakken. Dat is dus mislukt. Misschien was het meel voor bakstenen?
  2. Soep eten. Omdat het brood niet zo lekker is,  eten we soep. Pompoensoep met kurkuma. Tip 1: bakjes niet te vol doen. Tip 2: bakje niet loslaten. Auw. Mijn toekanboxer heeft nu permanent gele vlekken. De boot wel weer wit gekregen. En ik heb niet echt blaren.
  3. Op een bank liggen. Daar word je dus afgekieperd. Ik tegen de salontafel, Kitty in de kuip. 

Tiende etmaal – donderdag 28 februari 2019 – 8°47.4’N 48°43.1’W – 160 mijl
– Kitty

We zijn er bijna! We zijn er bijna! Maar nog niet he-le-maal!

Op de kaart is het nog maar een klein stukje, en met waarschijnlijk nog maar drie etmalen te gaan, is dat het ook, maar stiekem moeten we gewoon nog de Golf van Biskaje oversteken. Niet echt hé, dat snapt een kind, maar qua afstand in mijlen, in uren, in dingen die mis kunnen gaan. Niet een beetje gaan liggen lopen verslappen nu!

Gisteren was de moraal matig. Zo matig dat ik niet wilde douchen en dat ik een serietje wilde kijken. Nou, dan weet je het wel. Gelukkig moest ik ook nog eens ongesteld worden. Wat een feest! Pluspuntje daarvan: ibu slikken. Daar slaap ik altijd lekker op. Vanochtend allebei fris wakker (behalve m’n oksel) en aan het ontbijt. Om de komende etmalen niet te hard te gaan (we willen namelijk niet ’s nachts aankomen, maar overdag) en om weer wat te doen te hebben, verwisselen we de genua (die we gereefd hadden, met stomme rimpels in het zeil tot gevolg) voor de kotterfok. Veel beter!

Gisteravond legden we om reden van veel wind al een rif in het grootzeil. Laurens aan het roer, ik aan de mast. Om wat aan het grootzeil te doen moet je recht tegen de wind en de golven in sturen en dat is met hoge golven en flinke wind niet iets waar je naar uit ziet,  maar aan de mast merk ik wonderlijk genoeg weinig van de hoge golven, waar Tiago’ke tegenop moet klimmen.

Vanmiddag hebben we het rustig. Kleine klusjes gedaan, pannenkoeken gegeten en nu uitbuiken met een boekje. Zo houd ik het nog wel even uit! Wat een verschil is het toch elke dag weer.

Elfde etmaal – vrijdag 1 maart 2019 – 7°53.3’N 50°55.2’W – 145 mijl
– Laurens

En dan is het 1 maart. En zijn we bezig met de waypoints voor de aanloop naar Paramaribo. Bezig met aankomen. En niet zo veel met alleen de dagen op de boot op de oceaan.

Er is weer meer leven om ons heen. Vandaag zien we een andere zeilboot op de AIS. Gisteren een vissersboot en als toetje een showtje van dolfijnen tegen de achtergrond van een ondergaande zon.

We hebben de kotterfok weer opgeborgen en varen weer op de genua. Zo spelen we een beetje met onze snelheid, om zo zondag aanstaande rond koffietijd bij de aanloop van de Surinamerivier te zijn.

Vandaag was, misschien door de gedachte aan de aankomst, weer een heel andere dag dan anders. Rondom de lunch hebben we lekker binnen een serie zitten kijken, met chips en cola! En aan het eind van de dag een kleine sundowner (port met blauwe kaas). En we hebben maar half gedoucht.

Sommige dagen barst je van de energie, andere dagen voel je je wat lamlendig. Vandaag was er voor mij een van het tweede soort. Maar fijn dat het aan boord allemaal niet zo veel uitmaakt als je eens ‘n dag niet zo veel zin hebt.

Aanleiding om ’s middags binnen te gaan zitten was trouwens een naderende bui. Zo’n bui kan eng zijn (veel wind) maar deze is dat niet. Er kwam niet eens regen uit. Een buitje voor het stof zou wel lekker zijn.

We hebben nog niet gevist. Zo’n heel beest kunnen we niet op met zijn tweeën, en dan voelt het als verspilling. Misschien morgen? En als we dan wat vangen, de koelkast in om te delen met anderen in Suriname.

Twaalfde etmaal – zaterdag 2 maart 2019 – 7°02.1’N 53°28.8’W – 155 mijl
– Kitty

Ons laatste héle etmaal op zee (als het goed is). Best een beetje gek. Na ons middagje bankhangen en de sundowner, hebben we niet zo veel zin meer op te koken. Dus we eten tomatensoep met toast. Een lichte maaltijd zodat ik lekker op tijd kan slapen en dat het snel morgen is. ’s Ochtends zijn we echter allebei een beetje chagrijnig. Het wisselen van de zeilen (twee keer) verloopt op zich goed, maar niet echt gezellig.

Tijdens het ontbijt vraagt Laurens of ik nog dolfijnen gezien heb (zoals gisteren tijdens de port-met-blauwe-kaas-break). Nee. Pruillip. Drie minuten later zie ik een vinnetje! Jaaaa! Hooooooooi dolfijntje!! Al snel spelen er zo’n vijfentwintig dolfijnen rond de boot, inclusief een babydolfijn.

De rest van de dag is rustig (of nee, ’s middags komen er nog een keer dolfijnen jagen op de vliegende vissen rond de boot, maar dan lig ik lekker te slapen). De wind is rustig, de zee is rustig. En ondiep! Ineens hebben we nog maar tachtig meter ipv 5 kilometer water onder de boot. Het lijkt de Noordzee wel. Laurens kijkt af en toe of hij al land kan zien (nee). En ik denk soms land te ruiken (ook nee). We zijn er allebei lekker mee bezig. Zo veel dat we elkaar een beetje vergeten. Da’s niet de bedoeling! Zo maar even goedmaken, en onze laatste avond op zee vieren. Ofzo. Zal ik slingers ophangen? Oeoeoeoeh! Ik moet de Surinaamse vlag nog maken. Druk, druk, druk.

Dertiende etmaal – zondag 3 maart 2019 – 5°42.2’N 55°04.8’W – precies genoeg mijl
– Laurens

Dankzij een slimme list van Kitty gaat het eten, afwassen en douchen extreem soepel. Eerst prepareren we de pompoenlasagne (lekker!), halverwege was ik af, en als de (af)wasteil leeg is, kan ik douchen, schuift Kitty de lasagne de oven in en doucht daarna. Met een drankje om de zonsondergang te vieren, sluiten we de dag af. Omdat de wind wat is gaan liggen, ontreven we het grootzeil weer. Dat doen we onorthodox en onhandig. Lomp dus. Het gaat gelukkig goed. Tiago zet er weer de sokken in. Omdat de koelkast begon te ontdooien (onhandig!), starten we in de nacht de motor om stroom te draaien. Als na een uur de koelkast nog steeds niet koelt, zetten we de thermostaat van de koelkast maar op ‘koud’ in plaats van ‘lentedag’…

We zien weer veel vissers. Net als op onze eerste oversteek een teken dat we er bijna zijn. De aanwezigheid van de vissers, maakt dat je weer echt aan het wachtlopen bent. De slaap dient zich bij mij niet aan. Geboeid ben ik deze nacht weer echt kapitein. Ik ben niet langer tussen tukjes door een rondje aan het kijken om daarna weer verder te slapen. Omdat we niet lang na zonsopkomst de aanloop naar de Surinamerivier starten, blijft het dit etmaal voor mij bij één slaapje. Wel wat langer dan normaal, Kitty heeft me even lekker laten liggen. De aanloop naar de rivier is maf. Het water is er ondiep – vijf meter, huuhhh! En ook is het water flink troebel van het rivierslib. We kletsen nog even over de marifoon met Lef, een Nederlandse boot die net wegvaart, en vloeken op een visser die in de smalle vaargeul gek manoeuvreert en zijn marifoon natuurlijk niet beantwoordt. Dan zijn we ineens in Suriname. Het moet bij ons allebei even inzinken na zo lang op zee. We zijn onrustig. Waar is die verdomde Q-vlag nou weer?

Maar dan registreren we de palmbomen, de bijzondere vogels, bruinvisjes, een visarend en nostalgisch aandoende griebus op de wal. En dan dringt het tot ons door: ‘we zijn er!’

Nog een paar mijl, en dan leggen we de boot voor het eerst in een paar weken stil, en kunnen we een drankje drinken op de behouden aankomst. En eindelijk weer samen in het grote, zachte bed.

We hebben het gewoon gedaan! We zijn zonder noemenswaardige ellende de Atlantische Oceaan overgestoken. En we konden helemaal niet zeilen…

10 comments

  • luuk

    Super verhaal en TOP prestatie geleverd en nu genieten van het land, veel plezier

  • Marion van Oerle

    Wat hebben jullie weer een prachtig verhaal gemaakt van jullie mooie, leuke en ook spannende ervaringen tijdens de oversteek. Wij hebben er weer van genoten.
    Kees en Marion

  • Saskia

    Ik was ook even op zee met jullie net… Maar werd wakker in de intercity uit rotterdam 🙂 geweldig dat jullie het hebben gered, mooi verhaal. Geniet van Suriname!

  • Trinet

    Mams heeft de 5000 woorden gelezen en waande zich in een sciencefiction boek. De helft van jullie zeiltermen zijn metafysisch voor me. Laat mij maar gewoon de Engerlingen bestrijden met aaltjes: dat snap ik tenminste.
    Maar natuurlijk wél geweldig dat jullie zo voorspoedig De Grote Oversteek hebben volbracht. Een zucht van verlichting ontsnapte toen ik het verlossende appje kreeg.
    Het verhaal vertelt alles over een afwisselend heftige, saaie, mooie, ontroerende en erge uitdaging.
    En natúúrlijk blijven jullie elkaar leuk vinden en gaan jullie verder met dit geweldige avontuur. Tussendoor een week de Surinaamse jungle in en de boot voelt weer als thuis.
    Ik bin trots op julder!

  • Cecile

    Wat goed dat jullie aan de “overkant” zijn, top gedaan!
    Heel leuk om jullie verhalen te lezen vanaf een druilerige Jan van der Heijdenstraat. We lezen graag welke avonturen het volgende continent gaat brengen, geniet ervan!!!
    Heel veel groetjes van Jan en Cecile x

  • Annet(reisprik)

    Topprestatie! Goed gedaan, hoewel ik daar weinig twijfel over had.
    Toen ik de foto zag van Kitty bij de Wijdenboschbrug waande ik me zelf weer even in Suriname. Dus zoals de Surinamers zelf zeggen, no spang, even geen stress en lekker genieten! Fijne tijd daar

  • Frank (Racoon)

    Hallooooo sailor en sailorin …. wat een geweldige prestatie (voor een koppeltje dat 5 maanden geleden NOG NOOIT S’ NACHTS had gevaren !!!!! )
    Ge moet het maar doen !!
    En jullie hebben het gedaan !!!
    Maar wat NOG belangrijker is het feit dat je nu een hechte ERVAREN sailors FAMILIE bent die een plaatsje verdiend in wereld van wereldreizigers (zoals Dick Koopmans en zijn vrouw Elly, die door hun wereldse zeilervaringen een boot hebben ontworpen zoals de Victoire 1200 …. )
    Racoon(tje) heeft intussen zo een 52.000 zm op de teller, maar ik ben niet zeker of wij een dergelijk avontuur zouden aandurven (kunnen) !!
    Nog effe dit :
    Op Fuerteventura heeft onze vriend U zien vertrekken voor hij jullie kon bereiken ;;
    Op Cabo Verde hebben we mekaar gemist (door een familiaal drama (snik)
    Als het moet (?) in Brazilië heeft een vriend van ons een tweede woonst (voor de winterperiode, want in de zomer zijn ze “thuis” en liggen met hun boot aan onze steiger in Jachthaven Antwerpen Linkeroever)

    Geniet van jullie prestatie, en vergeet het niet … SAILORS zijn geen simpele wezens !
    There is MORE

  • Rutger

    Goed verhaal, lekker kort 😉. Maar serieus; trots op jullie! Geniet van Suriname en al het moois wat er nog op jullie pad komt!

  • Cynthia van Hest

    Leuk hoor jullie verhalen te lezen en te blijven volgen. Leuk ook om jullie ontmoet te hebben.

  • Robin

    Wat een avontuur…. En adembenemend om te lezen. 5000 woorden zouden niet kunnen beschrijven hoe knap en dapper ik dit van jullie vind: respect! Blij om te lezen en te zien op de geweldige foto’s dat jullie maximaal genieten: aan wal én op zee. Het is duidelijk dat jullie dit voor geen goud willen missen; dus tot die tijd zullen wij jullie moeten missen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.